Minicursus sociale vaardigheden
Sociale vaardigheden kun je gebruiken in het contact met anderen. Ze helpen je om zuiver en effectief te communiceren.
Ze zijn ook bedoeld om in het contact dicht bij jezelf te blijven, voor je belangen op te komen en je gedrag af te stemmen op wat je wilt en wat je voelt.
Sociale-vaardigheidstraining wordt gegeven aan mensen die problemen ondervinden bij het omgaan met anderen: die zich daarbij anders gedragen dan ze zouden willen.
De sociale vaardigheden in deze minicursus komen uit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg. Het zijn heel eenvoudige regels. De kracht zit ‘m in het oefenen en het bewust toepassen ervan. Er valt meer te leren op dit gebied dan in deze minicursus aan bod komt. Met de gegeven adviezen kom je echter een heel eind.
Oogcontact
Een ontmoeting begint meestal met oogcontact. Wanneer je langer oogcontact moeilijk vindt:
- Bekijk de bouw (het fysiek) van het oog
- Kijk iets verder dan het oog
- Kijk rond de ogen
Het ín de ogen kijken van de ander levert soms meer informatie op, hoe het van binnen met iemand gaat. Als je rond de ogen kijkt ontgaat je het gevoel dat zich openbaart via de blik. Je kijkt naar het kozijn in plaats van naar de vensters van de ziel. Bij sommige vensters zijn de gordijnen gesloten.
Je hoeft niet voortdurend iemand aan te kijken. Vaak uiten mensen zich makkelijker als het oogcontact terloops is, zoals bij de afwas of bij een wandeling.
Groeten
Kan verbaal of non-verbaal.
Openen van een gesprek
- Oogcontact en groeten
- Begin met iets dat je allebei kunt zien of horen of anderszins kunt waarnemen
Actief luisteren
- Vat wat je hoort in je eigen woorden samen
- Stel een nieuwsgierige vraag: wat interesseert jou in het verhaal
- Reageer op de emotionele lading die de boodschap vergezelt: mimiek, klank, gebaren, houding, blik. De emotionele lading is vaak belangrijker dan de inhoud
Middels actief luisteren heb je invloed op het gesprek. Je selecteert iets wat jouw belangstelling heeft. Dat kan iets uit de emotionele lading zijn.
Binnenkomen in een (onbekende) groep (terras, feestje, vergadering)
- Binnenkomen en deur sluiten
- Situatie globaal opnemen
- Eén persoon aankijken en groeten
- Plaatsnemen
Objectief waarnemen
- Wat zie ik ? / Wat hoor ik? / Wat voel ik?
Dit waarnemen doe je zonder daar zelf iets aan toe te voegen of in te vullen, zonder duiding en zonder te oordelen. Alleen wat je waarneemt telt. Oefenen in de situaties die je tegenkomt. De strikte en zorgvuldige waarneming is een goede techniek bij conflicten en meningsverschillen.
Groepsgesprek (1)
Tijdens een groepsgesprek kun je de objectieve waarneming oefenen:
ik zie - ik hoor - ik voel
- Sta regelmatig stil bij bij wat er in je omgaat aan gedachten en gevoelens
- Is het noodzakelijk dat er iets van naar buiten gebracht wordt?
Zo ja, laat dan weten of het een gedachte, een gevoel, een impuls of een ervaring is
Groepsgesprek (2)
Hoe neem je deel aan een groepsgesprek, op een feestje bijvoorbeeld.
- Als openingszin iets wat je beiden (allen) kunt waarnemen of weten
- Vervolg met je eigen ervaringen met het onderwerp
- Als je ergens niet op wilt antwoorden: herhaal de ( onbehoorlijke ) vraag en zeg duidelijk ‘Ik ga hier niet op in, in deze situatie’, of iets soortgelijks
- Filter: bedenk wat je wel en wat je niet wil zeggen ter bescherming van jezelf en van de privacy van anderen
Duidelijk zijn naar de ander
- Duidelijk en direct zijn in je bedoelingen en in het kenbaar maken van je wensen
- Dingen met minder omhaal van woorden zeggen. Jezelf precies en direct uitdrukken
- Je moet zeggen wat je wilt, anders krijg je niks
- Je gevoel is je leidraad. Neem het initiatief, zeg wat je wilt. Hou het dicht bij jezelf
Weten wat je wilt
Dat kun je oefenen en voorbereiden. Door dingen uit te proberen en daarbij goed je gevoel in de gaten te houden. Regelmatig naar jezelf terugkeren en je afvragen: wat wil ik, waar heb ik (nu) behoefte aan, wat vertelt mijn gevoel mij.
Ook als je weet wat je wilt dan blijven er toch meerdere, vaak tegengestelde, kanten aan een zaak zitten.
Boosheid en meningsverschillen
- Boosheid uiten door te zeggen hoe je je voelt en waardóór. Hou het dicht bij jezelf
- De mening van de ander onaangetast laten. Je kunt er jouw mening naast of tegenover zetten
- Als iemand kwaad op je wordt, de kwaadheid serieus nemen en bevestigen: ‘Ik zie dat je je behoorlijk kwaad maakt.’ Alle gevoelens hebben bestaansrecht
Terughoudend zijn met oordelen en afkeuren
Jezelf als uitgangspunt nemen: Wat doet iets met jou? Beperk je voornamelijk daartoe.
Omgaan met verschillen
- Verschillende opvattingen en verschillend gedrag mogen naast elkaar bestaan
- De verschillen reduceren tot goed of slecht of meer- en minderwaardig bemoeilijkt de omgang
- Besef wanneer iemand een rol speelt. Je kunt soms het gevoel achter een rol er uitlichten
Iets gedaan krijgen van een autoriteit
- Helder zeggen wat je wilt en het bij jezelf houden
- Niet gaan verwijten of opdragen
- Niet in discussie treden
- Zeggen wat je wilt en dit herhalen
Kennismaken
- Oogcontact terwijl je duidelijk je naam zegt en een hand geeft
- Er rustig de tijd voor nemen, ook als je je niet op je gemak voelt
- Probeer te observeren: luisteren (naam), kijken, voelen
- Doe wat bij jou past, in afweging wat bij de situatie past
- In het algemeen: aandachtig en rustig een situatie bekijken en dan pas doen wat nodig is
Verjaardagen vieren
Een manier vinden die bij jou past. In het algemeen: weten wat bij jou past, wat jouw gevoel zegt.
Grenzen aangeven
Voorbeeld. De dochter belt haar vader op en geeft haar grens aan: ‘Ik kom langs, geef je een hand en wil niet dat je me omhelst of zoent.’
- Geen dingen doen die je liever niet wilt
- Leren om néé te durven zeggen en te doen wat goed voor jóu is
Open communiceren
- Niet: ‘Waarom ben je boos?’ Dat klinkt al gauw als: je mag niet boos zijn. Bovendien moet de ander meteen verantwoording afleggen
- Beter is: ‘Je stem klinkt wat boos.’ Dat is een observatie en klinkt neutraler. Het geeft de ander meer ruimte om er op een open manier op te reageren
Het eerste is een bevel, het tweede een uitnodiging
Dicht bij jezelf blijven
- Alle gevoelens serieus nemen. Doen wat goed voelt
- Niet praten, niet luisteren omdat het zo hoort, maar omdat jij het wilt
- Stilstaan bij je voorkeur, je smaak, je behoefte, je verlangen
Je kunt eraan werken door alsmaar weer stil te staan bij: wat wil ik (nu), waar heb ik (nu) behoefte aan, wat vind ik fijn. Ook en juist bij kleine dingen als eten, iets bestellen, ergens op ingaan, ja of nee zeggen. Weet je het niet, zeg dan: ik weet het nu niet. Zeg niet: het maakt me niet uit, alles is goed.
Onderhandelen
Tot een vergelijk komen bij een verschil van standpunt.
- Kijk en luister zorgvuldig naar de ander
- Toon begrip en bevestig het standpunt van de ander
- Doe jouw standpunt uit de doeken
- Vat in het kort de twee standpunten samen, zodat het onderscheid duidelijk wordt
- Stel de vraag hoe tot een oplossing te komen
De achterliggende gedachte: beiden hebben gelijk, hebben hun belang. Het belang van de ander erkennen door zijn argumenten serieus te nemen, voor zover mogelijk. Jij moet echter jouw belangen verdedigen. Zonder de ander aan te vallen.
Complimenten
Een compliment geven.
- Niet: ‘Je hebt leuke ogen.’ Maar: ‘Je ogen glanzen en fonkelen. Ze zijn mooi groot en zacht.’
- Niet: ‘Leuk, hoe je haar zit.’ Maar: ‘Je losse haren hebben iets speels en nonchalants’
Reageren op een compliment.
- Niet: Het compliment ontkrachten uit een gevoel van verlegenheid of onbeholpenheid, of vanuit een negatief zelfbeeld
- Niet: ‘Dank je’ ( formeel en nietszeggend ). Maar: ‘Fijn dat het je opvalt. Ik ben verliefd.’
- Dit reageren is tweeledig. Je geeft een retourcompliment en staat zo niet meer in het krijt én je geeft je eigen commentaar: dat wat je echt vindt en dat kan van alles zijn
Kritiek
- Geven: ik zie, ik hoor, ik voel. Benoem de waarneming die jou hindert
- Ontvangen: als het waar is, volmondig toegeven ( ontwapenend ). Je gedrag in deze toelichten of verklaren
Meningen en opvattingen
- Wanneer anderen een mening of opvatting ventileren ga dan bij jezelf na wat jouw standpunt is
- Je hoeft niet overal een mening over te hebben. Je mening geven terwijl je er nog niet over hebt nagedacht is minder verstandig
- Vraag jezelf af of je jouw mening wilt delen of dat je ‘m voor je houdt
- Tegengestelde meningen mogen naast elkaar bestaan
Ouders die hun kinderen claimen
Middels indirecte opmerkingen, intonatie, houding of ironie, proberen sommige ouders het gedrag van hun kinderen af te keuren of te beïnvloeden.
Ze claimen hun kinderen, vaak ook nog door ze geld of spullen te geven, en werken zo op hun schuldgevoel. Het zijn beide partijen die het gedrag in stand houden.