De kunst van het flirten

Om te kunnen flirten heb je iemand nodig die je aantrekkelijk vindt.

Iemand aantrekkelijk vinden.

Wat en wie je aantrekkelijk vindt wordt gevormd vanaf je achtste levensjaar (John Money, psycholoog).
Alles wat je in jouw omgeving als prettig ervaart komt in een mentale blauwdruk ‘de smaak- en liefdesplattegrond’ die in de hersenschors wordt opgeslagen.

Als je later iemand tegenkomt met eigenschappen die overeenkomen met je opgeslagen blauwdruk dan is de kans groot dat je die persoon aantrekkelijk vindt.
Of diegene biologisch gezien voor jou geschikt is als liefdespartner hangt af van het immuunsysteem.
Dat moet voldoende verschillen van jouw immuunsysteem zodat het nageslacht beter bestand is tegen ziekten.

In het lichaamszweet zitten moleculen die specifieke informatie bevatten over het immuunsysteem (afweersysteem).
Onbewust registreert het lichaam of je biologisch bij de ander past en zal daar adequaat op reageren, de biologische klik.

Bij het aantrekkelijk vinden van iemand speelt de biologie dus een belangrijke rol. In wezen draait het om de instandhouding van de soort, de voortplanting.

Flirten

Flirten is een spel waarin je probeert uit te vinden of de ander jou ook aantrekkelijk vindt.
Is dat zo dan hoeft dat verder niet tot iets te leiden, het is een spel.

Het spel gaat gepaard met een zekere erotische spanning en geeft je meteen informatie hoe je in de liefdesmarkt ligt.

Zonder flirten kun je ook iemand leren kennen, via oprechte interesse, actief luisteren en jezelf kwetsbaar opstellen.

Flirten gaat grotendeels vanzelf, je hoeft er geen cursus voor te volgen.

Door het aantrekkelijk vinden van iemand maakt het lichaam chemische stofjes aan die jou aan de gang zetten.

 

Flirten gaat vooral non-verbaal

Flirten is voor zo’n 80 % lichaamstaal en stemgebruik. Wat je zegt speelt nauwelijks een rol (tenzij het opvallend dom is).
De klank van je stem speelt wel een rol en de taal van je lichaam speelt de voornaamste rol.

Deze lichaamstaal kenmerkt zich door langer oogcontact, afgewisseld met kort even kijken en weer wegkijken, vaak gepaard met een glimlach.

Het lichaam draait zich naar de ander toe, een open houding. Er ontstaat dikwijls een vorm van spiegelen, het onbewust elkaars bewegingen nadoen.

Je komt dichter bij de ander, binnen de intieme zone van vijftig centimeter en de eerste terloopse aanrakingen vinden plaats, soms aan het eigen lichaam.

Eigenlijk gaat dit allemaal vanzelf.

Merk je dat de ander stug reageert, een afwijzende blik heeft of je überhaupt niet meer aankijkt dan kom je aan de biologische klik niet meer toe: dit is de verkeerde kandidaat.